Afbeelding bij Toneelstukje

Toneelstukje

Het was weer tijd voor de ouderavonden. Ik zie ouders graag. Het is belangrijk, maar bovenal vind ik de veelkleurigheid aan ouders enorm boeiend. In relatief korte tijd zie je een willekeur aan gezinnen aan je voorbijtrekken: vaak moeder en kind, regelmatig ouders en kind en heel soms is het vader en kind. Strenge en juist vrije ouders, deftige en minder deftige ouders, betrokken en minder betrokken ouders. Binnen een klas al zoveel verschillen.

Samen voeren de ouders en ik het toneelstukje: ‘Een hele mooie lijst, jammer van de onvoldoende voor wiskunde. Volgens je leraar moet je het echt kunnen, met een beetje inzet.’ Ouders knikken instemmend: ‘Thuis doet ie niks hoor, zit ‘ie alleen maar op z’n mobiel. En hij heeft nooit huiswerk, zegt ‘ie.’ De leerling zucht een keertje. ‘Klopt dat?’ probeer ik nog, maar ouders pakken in het bijzijn van de mentor gelijk maar even door: ‘Na het eten geen telefoon meer, totdat je weer een voldoende staat.’ De leerling protesteert, maar dat wordt afgewimpeld: ‘Wiskunde is een belangrijk vak jongen, dat heb je altijd nodig.’ In mijn gedachte protesteer ik, maar ik laat deze toch maar gaan.

Ik denk aan mijn eigen ouderavonden, vaak ging ik met mijn vader. Ik kan nog goed herinneren dat ik in mijn eindexamenjaar vlak voor de start van de eindexamens met mijn vader op gesprek moest komen. Ik stond twee vijven: een voor Engels en een voor Duits. Zelf was ik ervan overtuigd dat dit geen belemmering kon zijn voor het uiteindelijke slagen. Mijn mentor dacht daar anders over.

Ze vond me nonchalant, ik moest het allemaal wel serieus blijven nemen. Ik zou zomaar eens kunnen zakken als ik er zo makkelijk over dacht. Mijn vader zei het hele gesprek niets. Hij speelde het toneelstukje niet mee. Ik volharde in mijn standpunt dat dit gesprek tamelijk overdreven was, dus van mij kreeg de mentor geen plechtige belofte dat ik het naderend onheil zag en beter mijn best zou doen. We stonden dan ook snel weer buiten. In de auto terug naar huis, vroeg ik mijn vader wat hij ervan vond. Hij zei tegen mij: ‘Als jij denkt dat jij het gaat redden, dan vertrouw ik op je.’ Met de stevige woorden van mijn mentor in mijn achterhoofd, was ik blij met zijn antwoord. Hij gaf me toen, weet ik nu, het mooiste cadeautje wat een kind van zijn ouders kan krijgen: gewoon het vertrouwen.

Deze column verscheen eerder in het vakblad maatschappij & politiek.

Reageer gerust:

Je e-mailaders wordt niet weergegeven.

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.

Site Footer